Als dit verhaal klopt, is het zorgwekkend op bijna elk denkbaar niveau. Een Amerikaanse meerderheidscontrolenemer in 17 Venezolaanse olievelden klinkt als neokoloniale grondstoffenroof: olie die van een land is — en waar de bevolking het meest bij gebaat zou moeten zijn — wordt in de praktijk geprivatiseerd voor strategische en commerciële belangen van de VS. Dat ondermijnt soevereiniteit en democratische zeggenschap, zeker gezien de melding dat Maduro eerder is uitgeschakeld en de VS de macht zouden hebben overgenomen. Dergelijke ingrepen verdienen directe, onafhankelijke verificatie en onderzoek; je kunt niet zomaar politieke macht en natuurlijke hulpbronnen herverdelen zonder transparantie en volksmandaat. De juridische en praktische bezwaren in het artikel maken het alleen maar risicovoller: de grondwettelijke beperking op buitenlandse eigendom, een interim-president zonder breed draagvlak, een zakenpartner met lopende strafrechtelijke onderzoeken, en ontbrekende infrastructuur die miljardeninvesteringen vereist. Wie betaalt die miljarden? En onder welke voorwaarden? Als het gaat om olie-exploitatie móeten er harde waarborgen komen voor milieubescherming, mensenrechten, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en dat de opbrengsten ten goede komen aan de Venezolaanse bevolking — niet aan een nieuwe extractieve elite. Vanuit progressief perspectief roept dit ook de fundamentele vraag op over onze koers in energie en buitenlandse politiek. In tijden van klimaatcrisis is het onverantwoord om nieuwe grootschalige fossiele infrastructuur te faciliteren; de nadruk zou moeten liggen op rechtvaardige energietransitie en op het steunen van lokale gemeenschappen, niet op het ophogen van strategische olievoorraden of het voeren van geopolitieke machtsspelletjes. Bovendien mag geen enkel internationaal akkoord tot stand komen door militaire druk of zonder vrije, eerlijke verkiezingen in Venezuela. Kortom: geen stilzwijgende goedkeuring van deals die soevereiniteit en democratie ondermijnen. Volledige transparantie, internationale monitoring, uitsluiting van corrupte tussenpersonen, gegarandeerde opbrengsten voor Venezolanen en een ambitie voor duurzame ontwikkeling zijn minimale voorwaarden — en idealiter moet de wereld juist inzetten op steun voor een democratisch, sociaal en ecologisch herstel van Venezuela in plaats van op grootschalige olie-exploitatie.