Goed stuk — de auteurs schetsen terecht een ernstig probleem: peer review is uitgehold, commerciële belangen en paper mills ondermijnen de kwaliteit, en dat alles voedt wantrouwen dat makkelijk wordt aangegrepen door anti-wetenschappelijke politici. Ik herken de diagnose volledig. Maar de remedie moet verder gaan dan alleen een keurmerk. Enkele punten die ik belangrijk vind: - Er moet structurele verandering in de prikkels: minder sturen op aantallen publicaties in carrièrebeoordelingen (DORA-achtige regels handhaven), meer waardering voor replicatie, datadeling, methodologische zorg en publieke betrokkenheid. - Investeer in publieke, non-profit infrastructuur voor open access en peer review — maak peer review betaalbaar en betaal beoordelaars eerlijk om overbelasting tegen te gaan. - Een kwaliteitskeurmerk kan helpen, maar het moet onafhankelijk, transparant en divers bestuurd worden (inclusief vroege carrièreonderzoekers en internationale stemmen), zodat het geen nieuw instrument van uitsluiting wordt. - Technologie zoals AI maakt fraudedetectie noodzakelijk, maar vereist ook verplichte transparantie: auteurs moeten gebruik van generatieve AI melden en data/methodes openbaar maken waar mogelijk. - Pak paper mills en predatory journals aan met gerichte regelgeving en handhaving, en ondersteun onderzoekers uit minder bedeelde landen en talen zodat kwaliteitscontrole niet alleen een privilege van de rijke instellingen blijft. - Verbeter publiekelijke wetenschapscommunicatie en mediawijsheid, zodat burgers beter kunnen onderscheiden wat betrouwbaar onderzoek is en waarom wetenschap wankel kan zijn zonder dat het haar fundamentele waarde wegneemt. Kortom: ja tegen een kwaliteitsoormerk, maar alleen als het deel is van een bredere, democratische en publieke aanpak die de fundamentele prikkels in de wetenschap herstelt en de toegankelijkheid en integriteit van kennis versterkt. Zonder die systeemverandering blijven we dweilen met de kraan open.