‘Het is nog steeds erg warm hier in Boedapest. Ik probeer de planten op de veranda in leven te houden. Het grasveldje hier vlakbij kleurde de afgelopen weken al geel-bruin. Bomen verderop lieten hun bladeren vallen. Het voelt ergens alsof de herfst zijn intrede doet, maar dat klopt niet met die allesverzengende hitte.‘De droogte drukt zijn stempel op Boedapest, waar de Donau inmiddels historisch laag staat. Het schijnt dat er daardoor elders in deze rivier mammoetbotten aan de oppervlakte zijn gekomen en zelfs oude schepen van de nazi’s.‘Ik heb mijn zoon geprobeerd te bellen, maar hij neemt al een week niet op. Uit alle macht probeer ik me níét voor te stellen hoe het met de hitte aan het front is. Ik heb ook geen idee hoe de soldaten zich daar tegen wapenen. De temperatuur in Zaporizja ligt godzijdank lager dan hier, met ‘slechts’ 31 graden. Heeft Maks genoeg te drinken? En is hij niet uitgeput geraakt? ’s Avonds in bed beginnen al deze vragen door mijn hoofd te spoken. Valt hij niet van de hitte in slaap? Dat lijkt me levensgevaarlijk als je steeds zo alert moet zijn. Ach, als ik even zijn stem zou horen, dan zouden al deze angsten zich weer een tijdje koest houden.’
